zaterdag 26 april 2014

Beperkingen, wat siliconen met ons leven doen



      Welkom op het blog van Meldpunt klachten siliconen     


      Iedere maand zullen wij een van de (vele) verhalen van de vrouwen die zich aangemeld hebben bij het meldpunt op dit blog publiceren. April 2014: Beperkingen, wat siliconen met ons leven doen


    Geen trap op kunnen lopen, want je hebt daar geen kracht meer voor en dan opmerkingen horen als: ‘Zo moeilijk is traplopen toch niet?’ als mensen achter jou op de trap lopen. Mensen hebben haast en jij staat in de weg. Of opmerkingen horen als: ‘Je bent nog hartstikke jong!’
    Niet je haren kunnen kammen, omdat je je armen niet boven je lichaam kunt tillen. Niet een knoop van je kleren open kunnen maken door de gevoelloosheid en stijfheid in je vingers.
    Niet je schoenen uit kunnen trekken, want ook daar is geen kracht voor.
    Geen kracht om je uit te kleden aan het einde van de dag. Alles kost moeite. Je lijkt uren bezig te zijn met de meest simpele dingen. Je bent continu in gevecht met jezelf, want het frustreert je. Tot je er niet eens meer boos om kunt worden, maar alleen maar verdrietig bent.
    En 's ochtends heb je weer moeite om je dag te starten. Je lijkt nog meer moe te zijn dan toen je naar bed ging. Het voelt net alsof er in je slaap een vrachtwagen over je heen is gereden. Alles doet pijn in je lichaam en je bent heel erg stijf.
    Niets van de grond kunnen rapen, want je kunt niet bukken zonder om te vallen. Alles draait om je heen.
    Geen boodschappen kunnen doen, omdat je niet eens normaal in een rij bij de kassa kunt staan, laat staan je boodschappen tillen.
    Niet normaal kunnen zitten of staan, maar hangen. Altijd voorover hangen, omdat je geen kracht hebt om je eigen lichaam rechtop te houden. Constant voel je de zwaartekracht jou naar de grond toe duwen.
    Niet normaal op een stoel kunnen zitten door de pijn in je bekken. Dan maar op een zwembandje zitten.
    Niet kunnen staan of lopen door de pijn in je knieën. Alsof deze doormidden zijn gebroken.
    Niet normaal kunnen lopen door de krampen in je benen. Je hele lichaam verkrampt. Je rug trekt krom. Door vreemde krachten lijk je alle kanten op getrokken te worden. Het is dan net alsof je versteend. Je bent van steen en kunt niet meer bewegen. En als je wel beweegt, dan heb je de volgende dag zoveel spierpijn dat je daar ook weer een lange tijd mee rond moet lopen en ook dat beperkt je bewegingen.
    Niet normaal vooruit kunnen bewegen, omdat je wiebelt aan alle kanten. En mensen die naar je kijken en dan misschien lachen.
    Niet kunnen staan omdat je voetzolen geen enkele druk kunnen verdragen. En je kunt dan niet eens gaan liggen want je blijft de pijn voelen in je hiel. Soms word je wakker gemaakt door deze pijn.

    Niet kunnen lopen op schoenen waar je voeten niet goed in vast zitten, dus ook niet op pantoffels, want oh wee als je je verstapt, dan voel je de pijn in je knieën. Je kunt ook niet lopen op ongelijke grond, want iedere onbalans voel je in je knieën je heupen, je rug en zelfs je nek. Vaak is het net alsof je ruggengraat teveel naar beneden is gezakt. Je voelt continu een pijn in je onderrug. Alsof daar een stang zit die daar niet hoort te zitten. Hetzelfde voel je in je nek. Alsof je ruggengraat teveel omhoog is gegaan. Weer voelt het als een stang, Ditmaal voel je hem in je hoofd.
    Niets kunnen optillen en zonder moeite weer kunnen loslaten. Als je probeert los te laten, dan blijft je arm vastzitten. Je krijgt hem niet meer los. De pezen in je armen lijken korter zijn geworden. Hetzelfde heb je met je hand als je iets vastpakt en weer los moet laten.De vuist die je maakte, krijg je niet meer los. Je vingers blijven gekromd. Je moet dan met je andere hand de hand die vastzit, losmaken.
    Niet durven bewegen, omdat je bang bent dat een zenuw beknelt zal raken. Je voelt je als een marionetten poppetje. Alle gewrichten lijken veel te los te zitten, vooral in je bekken, zelfs je stuitje lijkt te bewegen. Geen vaatdoekje kunnen uitwringen, laat staan de rest van het huishouden kunnen doen
    Geen potjes of blikjes groenten open kunnen maken omdat je daar geen kracht voor hebt.
    Niet eens normaal een soeplepel vast kunnen houden. De soeplepel lijkt kilo’s te wegen.
    Niet normaal iets vast kunnen houden, want alles valt uit je handen.
    Niet normaal je eten kunnen kauwen door de pijn in je kaken. De pijn trekt door alle zenuwen in je kaak en gezicht.
    Niet normaal kunnen eten want je mond is kurkdroog. Je moet bij ieder beetje eten een slokje water nemen om je eten vochtig te maken. De hele dag door moet je slokjes water drinken om je mond te bevochtigen. Soms kun je niet eens normaal praten, want je tong plakt aan je gehemelte en ook je lippen plakken aan elkaar.
    Niet kunnen slikken, want iedere keer blijft het eten in je keel hangen. Er lijkt een brokje in je keer te zitten.
    Wekenlang alleen maar pap kunnen eten, omdat je brandende pijn in je maag, je slokdarm en je keel hebt. Of omdat je wondjes in je mond hebt die prikken als je eet. Soms doet je keel zoveel zeer en is helemaal rouw. En iedere keer als je slikt, dan is het net alsof je messen doorslikt.
    Niets kunnen eten, omdat je misselijk bent en toch weer alles overgeeft en dan geen kracht meer hebben, omdat je niet voldoende energie uit voeding hebt kunnen halen.
    Niet naar buiten kunnen, omdat je iedere keer weer een wc moet opzoeken want je loopt telkens weer leeg.
    Niet normaal van de wc af kunnen komen door de pijn en stijfheid in je heupen.
    Niet normaal je billen af kunnen vegen door de pijn en stijfheid in je schouder.
    Niet normaal kunnen poepen, want bij iedere beweging van je ontlasting in je darmen voel je de druk tegen je bekkenbodem aan. Je schreeuwt het uit van de pijn op het toilet.Het is net alsof je barensweeën hebt, zoveel pijn voel je dan.
    Niet normaal kunnen plassen, want het is net alsof je scherven van glas uitplast. Je voelt dan een straal van pijn vanuit je plasbuis naar je blaas en zelfs tot in je nieren
    Geen positie in je bed kunnen vinden door de pijn in heel je lichaam. Het matras doet zeer. Iedere druk doet zeer. Geen dekens op je lichaam kunnen verdragen. Zelfs deze zijn te zwaar. En branden ook nog eens op je huid.
    De pijn in je lijf gaat dwars door merg en been. Alsof de zenuwen in je lijf vanbinnen uit met een vlijmscherp, warm, dun mesje worden gesneden. De pijn is erg doordringend. Als een heel hard alarm dat afgaat en pijn doet aan de oren alleen gaat het alarm af in je lichaam. En geen pijnstilling die deze pijn weg doet gaan. Het is wachten tot het alarm weer stopt.
    Soms voel je steken in je borsten. Uit het niets voel je harde steken in je borsten. Dan weer hier, dan weer daar. Je weet nooit van tevoren waar de steek komt.
    Je voelt je ruggengraat branden. Het is echt alsof deze in brand staat. En soms je rug achter de schouders. En ook je armen en je borsten. Je kunt het geen eens koorts noemen. Het is geen koorts. Bij koorts krijg je het warm, maar je staat dan niet in brand.Nu wel, je zenuwen branden.
    De klieren in je lichaam doen pijn. Vooral de klieren onder je oksels. Deze zijn heel dik. Ook de klieren bij je kaak en oren. En soms heb je oorpijn en is het net alsof je water in je oren hebt.
    Niet kunnen doorslapen omdat je continu wakker wordt gemaakt door de ontiegelijke dorst en ook continu naar de wc moet om te plassen.
    Niet kunnen doorslapen omdat je s’nachts wakker wordt door stuiptrekkingen en verkrampingen die heel veel pijn doen. Of pijnen in je buik, je gewrichten je hoofd en pijnstillers die niet helpen. Iedere keer weer is het wachten tot deze momenten voorbij gaan. Het is alsof je een straf uit moet zitten op een martelbank.
    Iedere nacht wakker worden, omdat je het heel erg koud hebt gekregen, want je bent helemaal doorweekt. Je moet dan weer een schone pyjama aantrekken. En je lakens moeten verschoond worden. En daar heb je niet eens de kracht voor.
    Zo ver over je moeheid heen zijn, dat je niet eens in slaap kunt vallen. Te moe om zelfs in slaap te vallen.
    Niet durven slapen omdat je bang bent dat je niet meer wakker zult worden, want je lijkt te zweven tussen het rijk der levenden en doden. 
    Niet durven opstaan omdat je bang bent dat je bewusteloos zult raken. Je bloeddruk daalt s’nachts iedere keer tot gevaarlijke grenzen. En ook je suikerspiegel daalt. Overal snoepjes dextro energie neerleggen of pakjes sap, want je bent bang om in coma te raken. En andere keren is de druk weer zo hoog dat je uit elkaar lijkt te spatten. Alsof er vanbinnen uit een enorme druk wordt uitgeoefend op al je weefsels. Je bent dan helemaal opblazen lijkt wel. Je voelt dan de druk aan de binnenkant van je huid.
    Pijn in het merg van je botten hebben. Dit is een heel naar gevoel. Dus niet eens je gewrichten, maar je botten diep vanbinnen. Alsof de binnenkant van je botten van hout is en vocht heeft opgenomen en het hout zet uit en krijgt barsten. Die barsten doen pijn.
    Niet normaal kunnen horen omdat je constant oorsuizen in je oren hoort. Continu een heel hard geluid. En door dit suizen ben je ook vaak duizelig. Je kunt je evenwicht maar moeilijk bewaren. Je lijkt wel dronken te zijn.
    Niet kunnen ademen, omdat het net lijkt alsof je hete smog naar binnen krijgt. Bij iedere inademing voel je dit. Hete lucht en druk. Verstikkend echt een heel naar gevoel. En dan de angst die dan losbreekt en alles alleen maar verergerd. Je begint dan te hyperventileren. En zo kom je in een vicieuze cirkel terecht.
    Geen verwarming aan kunnen hebben omdat alle slijmvliezen uitdrogen en scheuren. Die zijn dan net als uitgedroogde grond die barsten vertoont.
    Geen deodorant kunnen gebruiken. Alles irriteert meteen je slijmvliezen. Vooral je ogen en je longen. Je ogen tranen en je moet dan hoesten.
    Continu doodsangsten hebben en denken dat je laatste ogenblikken zijn geteld, want je lijkt iedere keer weer een hartaanval te hebben. Je hart gaat tekeer of verstijft helemaal. Alsof iemand je hart met zijn handen samenknijpt.
    Bang zijn want je hele lichaam lijkt in brand te staan. Je voelt zoveel hitte door je lijf. En dan zijn er momenten dat je helemaal lijkt te bevriezen. Zo koud tot in het merg en niets dat je verwarmen kan.
    Vaak het gevoel hebben dat alle levenskracht langzaam je lichaam uitgaat. Alsof je je laatste adem uitblaast. En iedere keer het gevoel hebben dat er gif door je aderen stroomt. Een onbeschrijfelijk gevoel. Of het gevoel hebben dat je vanbinnen helemaal bent uitgehold.
    Geen licht kunnen verdragen, want alles komt binnen als scherpe pijlen in je ogen wat doorstraald naar je schedel. De pijn is ondragelijk. Je kunt je hoofd niet bewegen, want iedere beweging is een steek.
    Niet normaal een pen kunnen vasthouden om wat op te schrijven omdat je vingers en je pols dat niet toelaten. Niet normaal iets kunnen opschrijven, want je handen trillen. Het is net alsof je Parkinson hebt.
    Geen normale zinnen meer kunnen opschrijven zonder letters of woorden om te draaien.
    Niet normaal iets kunnen lezen, want de letters dansen op je blad. Ook doen je ogen pijn en is je zicht minder. Je ogen kun je vaak niet normaal openhouden, want ze branden. En vaak is het net alsof er zand in je ogen zit. Soms voel je heel veel druk achter je ogen, en dan is het net alsof er iets in je oog knapt. Als je later in de spiegel kijkt, is je oog helemaal rood doorbloed.
    Niet kunnen antwoorden op vragen, want je komt niet op de juiste woorden.
    Niet kunnen luisteren, want niets dringt tot je door. Je wordt alsmaar trager van begrip en voelt je dom.
    Niet helder kunnen nadenken of je gevoel voor orientatie helemaal kwijt zijn.
    Niet normaal kunnen douchen, want de stralen van het water doen pijn op de huid, vooral op de borsten. Niet staand kunnen douchen, maar op een krukje moeten zitten onder de douche. In bad gaan lukt al helemaal niet, want je kunt je benen niet tillen.
    Niet aangeraakt kunnen worden want ook aanraking doet zeer.
    Niet normaal meer kunnen functioneren, want je bent beperkt aan alle kanten.
    Geen leuke dingen kunnen doen, want daar is geen energie voor.
    Niet normaal kunnen reageren op anderen, want de irritatie van je lijf, straalt door in je geest. Je kunt niet eens met jezelf leven, laat staan met anderen. En dan voel je je weer schuldig en dat maakt je weer verdrietig.
    Met heel veel pijn en moeite je werk doen. Niets is aangetoond, dus je hebt geen poot om op te staan. Wat doe je dan? Minder werken en dus minder verdienen. Tot er een moment komt dat je helemaal niets meer kunt. Uitgeblust ben je. Een hoogbejaard lichaam dat nog lang niet op de helft van haar leven is.
    Op het eind stinkt je zweet naar siliconen. De siliconen lijken uit je huid naar buiten te komen. Op je rug en je borsten heb je allemaal pukkels gekregen. En je voelt je borsten branden. Het is verschrikkelijk! Het is net of je 2 vuurballen in je borsten hebt zitten. Heel lang heb je je implantaten niet voelen zitten, maar op het einde, voel je ze zitten. Je voelt gewoon iets in je lichaam zitten wat daar niet hoort te zijn. Het is net als wanneer je een vuiltje in je oog voelt. Het zit er, maar hoort er niet en irriteert je oog. Het ergste van alles is dat dit het moment is dat je weet dat het de siliconen zijn die je al deze jaren langzaam hebben vergiftigd en ziek hebben gehouden. Je vermoedens worden bevestigd door de regels die je op je beeldschem zit staan. 

    De pagina van het Meldpunt Klachten Siliconen zie je voor je. Je weet het zeker, ze lekken, ze moeten eruit! Ik wil ze eruit en nu! Je schreeuwt om hulp maar niemand die naar je luistert en geen enkel apparaat dat bevestigd wat jouw lichaam registreert. Ze laten je maanden wachten op een operatie. En dan wordt je geopereerd en hoor je de chirurg zeggen: 'Als kaasvet zag het er uit. Ik heb de pockets uitgebreid gespoeld, de kapsels waren heel dun, dus de siliconen zijn uit het kapselweefsel getreden.' Al die tijd wist je dit en niemand die luisterde...

    Vanaf 2003, zo’n 2 maanden na de bv, tot begin dit jaar (2012) ruim 4 maanden na explantatie, heb ik van dit soort momenten meegemaakt. Klachten werden met de jaren heviger en duurden steeds langer. Ik had periodes dat het minder was, maar ook periodes dat deze als een bom kwamen. Ik was jarenlang heel vaak op sterven na dood. Ikzelf kan soms nog steeds niet geloven dat dit allemaal is gebeurd. En toch is het echt gebeurd. Alsof het een ander leven was. Een andere persoon en niet ikzelf.

    Hoe vaak zei ik niet: wou dat ik één dag in een gezond lichaam kon zitten om weer te weten hoe het voelt om je niet constant bewust van je eigen lichaam te zijn. En nu begin ik mij dat steeds meer en vaker te herinneren ook al heb ik nog steeds een lange weg te gaan.

    Ik ben jarenlang doorgegaan niet meer op lichaamskracht, maar op geestkracht. En dat is de andere kant van de medaille. We worden sterker vanbinnen. En toch zijn er ook vaak momenten dat je het liefste alles zou willen opgeven. Vooral als je tegen onbegrip van artsen aanloopt. Je voelt je aan je lot overgelaten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen